XIV – P.J. (Hans) Bontenbal

Het grootse deel van de informatie op deze website is afkomstig uit het boek ‘Het Zuid-Hollandse geslacht Bontenbal: de oudste twaalf generaties (Rijswijk, 2005)‘ geschreven door Pieter Johan Bontenbal (1934).

Over de auteur

Pieter Johan Bontenbal werd geboren in 1934 en groeide op in de Rotterdamse wijk Kralingen. Zijn vader, Johan Bontenbal, was molenaar afkomstig uit Zevenhuizen. Zijn moeder, Christine Lange, was een Duitse, die in de crisisjaren naar Rotterdam trok voor een betrekking als dienstmeisje. Hij had een oudere zus, Willy. Zijn moeder vond de naam Pieter-Johan veel te formeel en ging haar zoon al snel Hanspeter noemen, wat later verkort werd tot Hans – de roepnaam die hij zijn verdere leven zou houden.

Ondanks de oorlogsjaren (op zesjarige leeftijd maakte Hans het bombardement van Rotterdam mee) had Hans een normale jeugd waarin hij graag buiten speelde, boeken las en verzamelingen aanlegde. Na de lagere school koos hij voor een praktische opleiding, omdat hij naar eigen zeggen ‘wel goed kon leren maar niet goed kon stilzitten’. Werken met zijn handen, technisch tekenen en ontwerpen lagen hem goed. Later volgde hij opleidingen aan de Leidse instrumentmakersschool en specialiseerde hij zich verder tot fijnmechanisch instrumentmaker. Na een korte aanstelling bij Philips trad hij in 1956 in dienst bij het onderzoekslab van Shell in Rijswijk, waar hij werkte tot aan zijn pensioen in 1994.

Hans was een bezige bij en had een zeer brede belangstelling. Hij onderhield een groot aantal verzamelingen, was actief in de kanosport, fotografeerde en was een verwoed kampeerder. Handig was hij ook – naast het fijnmechanische instrumentmaken werkte hij onder meer met hout, messing, zilver en had hij een aanzienlijke collectie zakhorloges die hij repareerde en onderhield. Al deze zaken deed hij met groot oog voor detail, nauwgezetheid en ordening – kwaliteiten die bij het latere stamboomonderzoek zeer goed van pas kwamen.

Op 33-jarige leeftijd ontmoette Hans Rietje Kilwinger en in 1968 trouwden ze. In de jaren zeventig werden zoon Michiel (inderdaad een verwijzing naar de oudste Bontenbal) en dochter Marike geboren. Het gezin woonde al die jaren in Rijswijk, op latere leeftijd verhuisden Hans en Rietje naar een appartement in Voorburg. Tot op hoge leeftijd was Hans actief o.a. als vrijwilliger en lid van de genealogische werkgroep in Zevenhuizen waar hij de bibliotheek oprichtte. De laatste tien jaar ging zijn gezondheid achteruit maar werkte hij nog wel aan zijn memoires. Ook genoot hij van zijn kleinkinderen. Hans overleed in 2019 kort na zijn vrouw Rietje, op de leeftijd van 85 jaar.

Hans’ belangstelling voor stamboomonderzoek begon uit pure nieuwsgierigheid. Hij schrijft daarover in zijn memoires:

Wat de aanleiding is geweest om met het uitzoeken van mijn voorouders te beginnen, weet ik nog goed. Na de geboorte van mijn nichtje Victoria in 1960 vroeg mijn zus Willy zich af: wie zouden toch haar voorouders zijn geweest? En verder stelde ik me al lang de vraag waar de niet alledaagse naam Bontenbal toch vandaan kwam. Het prille onderzoek betrof dus voornamelijk mijn voorouders van vaders kant. Onbekend met de vele aspecten van de genealogie ben ik begonnen met het vragen van informatie over geboorte, huwelijk en overlijden bij de secretarieafdelingen van de verschillende gemeenten waar mijn vaders voorouders gewoond hadden. Zo bezochten mijn zus en ik de gemeenten Zevenhuizen, Nieuwerkerk aan den IJssel, Moerkapelle en Pijnacker. Maar al spoedig liepen we vast omdat de daar aanwezige gegevens slechts de recente informatie behelsden. Ik moet voor de oudere gegevens, dus die van voor 1810, naar een archief.”

En zo begon vanaf de jaren zestig de langjarige zoektocht naar alle voorouders. Het Rijksarchief aan het Bleijenburg in Den Haag, wat later overging in het Nationaal Archief naast het Centraal Station, had daarin een centrale functie. Daar huisden ook andere instellingen waar Hans veel tijd doorbracht, zoals het Rijksarchief Zuid-Holland en het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG).

Het onderzoek van Hans om het geslacht Bontenbal in kaart te brengen beslaat een periode van ca. 40 jaar. In die tijd bezocht hij ten minste veertig archieven: naast het Rijksarchief waren dat volgens eigen telling vijf provinciale archieven en 34 streek- en gemeentearchieven. Daarnaast was hij veel in het CBG te vinden. Daar raadpleegde hij genealogische collecties van het Rijk en van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslachts- en Wapenkunde alsmede particuliere familiegeschiedenissen. Hans heeft ook aan die collecties bijgedragen met zijn bevindingen over de familie Bontenbal. 

Hans deed niet alleen veel onderzoek en verzamelde een grote schat aan gegevens, op basis van die gegevens reconstrueerde hij in een uitnodigende en leesbare stijl familieverhalen en gaf hij een aantal publicaties uit in eigen beheer. De belangrijkste en meest complete daarvan is ‘Het Zuid-Hollandse geslacht Bontenbal: de oudste twaalf generaties’ uit 2005. Maar ook bracht hij boekjes uit die zich meer toespitsten op bepaalde familietakkken en de stamboom van Rietje. In totaal werkte hij aan 15 publicaties (waarvan vier niet voltooid). Daarnaast schreef Hans bijdragen voor Verleden Tijdschrift, een uitgave van de Stichting Oud-Zevenhuizen Moerkapelle.

Het is belangrijk om de rol van Rietje niet onvermeld te laten in al deze genealogie-inspanningen. Zij had grote belangstelling in het archiefwerk, deed veel onderzoek, en na hun pensionering bezochten Hans en Rietje samen archieven in het hele land om het onderzoek voort te zetten. Ook redigeerde ze alle teksten. Maar zoals dat ging in vorige generaties is haar rol helaas veel minder zichtbaar geweest.

In zijn memoires blikt Hans terug op de lusten en lasten van het stamboomonderzoek. Zo licht hij toe hoe hij zelf een registratiesysteem ontwikkelde om alle data te ordenen, eerst op zelfgemaakte tekenborden en op losse kaarten, later op de computer. De komst van de computer gaf sowieso een impuls aan het onderzoek, want het was omslachtig om wijzigingen aan te brengen in de handgemaakte registratiesystemen. Daarover schreef hij: “op een gegeven moment ging me dat ontzettend tegenstaan en kwam de klad erin. Het archiefonderzoek en het daarbij behorende registreren kwam totaal stil te liggen.” Ook vertelt Hans hoe in de jaren ’90, voor de komst van internet, het een drukte van belang was in de studiezalen van de archieven – genealogie stond toen sterk in de belangstelling maar archiefbezoek was daarvoor beslist nog noodzakelijk.

Als kinderen van Hans en Rietje doet het ons veel plezier te zien dat de kennis die vastgelegd is in het boek ‘Het Zuid-Hollandse geslacht Bontenbal: de oudste twaalf generaties’ nu via deze website vrij en breed verspreid kan worden. Zowel een mooi eerbetoon aan Hans Bontenbal als een manier om de kennis over de familie Bontenbal breder beschikbaar te stellen.

Michiel en Marike Bontenbal

September 2024