In 1912 kocht Johannes Cornelis Bontenbal een pand aan de Nieuwe Binnenweg voor zevenduizend gulden. Het was een karakteristiek gebouw met een winkel, een tuin, twee etages en een zolder.
Dit pand vormde het hart van de slagerij die generaties lang door de familie Bontenbal werd gerund. “Het was een echte vleeshouwerij,” vertelt achterkleinzoon Remco Bontenbal. “Mijn opa Henk heeft de zaak overgenomen, en boven de winkel woonde tante Cornelia. Zij was een aardige, vrijgezelle tante die haar eigen vruchtendrank maakte. Ze hielp altijd met schoonmaken en was een onmisbare kracht in de winkel.”
Het slachten gebeurde niet in de winkel zelf, maar bij het slachthuis aan de Boezemstraat. “We stopten onderweg om ’s ochtends varkensvlees op te halen. Dat was een vast ritueel,” herinnert Remco zich. De worstmakerij en rookkasten waren essentieel voor het ambacht. “De geur van gerookt vlees hing altijd in de lucht. Het was een tijd van hard werken, maar ook van saamhorigheid.”
Dat de zaken goed gingen blijkt ook uit het grote aantal bedienden, dienstbodes, slagersjongen en andere medewerkers die nodig waren. Wie op Delpher zoekt naar Nieuwe Binnenweg 228a vindt een uitgebreid repertoire aan wervingsadvertenties.
Tweede wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog had de familie Bontenbal geluk. “We moesten aan het Oogziekenhuis leveren, dus we hadden geen honger. Het pand aan de Nieuwe Binnenweg is gespaard gebleven tijdens het bombardement. Dat was puur geluk.”

Minder geluk had Dirk Hendrik Bontenbal [XIII] die inmiddels de slagerij had overgenomen. In het archief van de gemeente Rotterdam is het proces verbaal te vinden van zijn arrestatie en gevangenneming op 25 oktober 1943. Pas op 3 november werd hij weer vrijgelaten. Bij zijn arrestatie had hij de volgende bezittingen bij zich “f 178,90 in portefeuille, P.B., pakje met 11½ sigaretten, ring met sleutels, goud horloge met gouden ketting en gouden tandenstoker, koord, das, paar veters, zakmesje, sigarenknijper“. De reden van zijn arrestatie is (nog) onbekend.
Verhuizingen
Toen Remco’s vader het stokje overnam, verhuisde de slagerij van de Nieuwe Binnenweg naar de Slinge. Deze verhuizing, die plaatsvond in 1992, was een belangrijke stap in de modernisering van het bedrijf. De slagerij bleef hier twintig jaar gevestigd, totdat in 2013 een nieuwe verhuizing volgde, ditmaal naar de Asterlo. Deze locatie bood meer ruimte en betere faciliteiten, en was bovendien gemakkelijk bereikbaar voor klanten, met gratis parkeergelegenheid voor de deur.

Remco, die op zijn zestiende al in de slagerij begon te werken, volgde het voorbeeld van zijn vader. Na een korte periode bij Albert Heijn keerde hij terug naar de slagerij, waar hij zich volledig stortte op het vak. Onder leiding van zijn vader leerde hij alles over het slagersvak, van het maken van worst tot het roken van vlees in de rookkasten.
Klanten vanuit de verre omgeving kwamen niet alleen speciaal naar de slagerij voor Frans Limousin rundvlees en het natuurlijk scharrelvlees maar ook voor Remco’s specialiteiten zoals zelfgemaakte slavinken, hamburgers, Zeeuws spek, en gebraden gehakt.
Sluiting
Remco kijkt met gemengde gevoelens terug. “Rotterdam is veranderd en vooral de buurt rondom de slagerij is zichtbaar anders dan vroeger. Ik hoop dat de herinneringen aan de slagerij en onze familiegeschiedenis niet verloren gaan.” En zo heeft Remco uiteindelijk het slagersmes aan de wilgen gehangen.
Maar het bloed kruipt waar het het niet gaan kan. Na zijn verhuizing naar het oosten des lands staat Remco toch weer een paar dagen in de week bij een slager in de buurt.
Met dank aan Remco Bontenbal. Geschreven door C. Bontenbal


