Bulgakov – Unfading Light (3) – Transcendent en immanent

Twee antinomieën spelen een centrale rol in de Bulgakovs definitie van religie: transcendent en immanent. Het immanente is dat wat besloten ligt binnen de grenzen van het bewustzijn. Dat wat erbuiten ligt is het transcendente. Is deze werkelijkheid de enige? Bestaat er een werkelijkheid voorbij het kenbare? Het is onmogelijk deze vragen te beantwoorden door te verwijzen naar onze ervaringen in deze immanente werkelijkheid. De enige mogelijkheid is gebruik te maken van een religieus zintuig waarmee de transcendente werkelijkheid ervaren kan worden. Anders dan occultisme biedt religie geen methode om het transcendente te ervaren. Het transcendente breekt in op de wetten van het immanente.

God is het transcendente. God gaat voorbij aan alles wat deze werkelijkheid is. De afstand tussen God en de wereld is onmetelijk en onbeschrijfelijk. En als de kloof toch overbrugd wordt, dan altijd onverwacht en ongedacht. Daarom is een methode of pad naar de ervaring van het transcendente noodzakelijkerwijs een weg van genade, wat niet betekent dat iedere poging zinloos is. Mogelijk zijn filosofie en spiritualiteit in een bepaalde levensfase een soort voorbereiding op de ontmoeting met het goddelijke. Echter, alleen de religieuze ervaring opent de ogen voor de aanwezigheid van het transcendente in het immanente; alleen een directe ervaring van God biedt de mogelijkheid om het goddelijke in dit koude, lege, zinloze universum te zien; om de werkelijkheid te zien als het product van God die zich zelf openbaart.

Volgens Bulgakov is gebed de manier waarop de mens zich tot het uiterste inspant om het transcendente te ervaren. In gebed doet de mens een poging voorbij zichzelf te geraken. In gebed is er contact tussen het Transcendente en het immanente, tussen God en de mens. De naam van God, het woord “God”, is als het ware een kruispunt van twee werelden. En het aanroepen van de naam van God is daarom de voorwaarde van de mogelijkheid tot religieuze ervaring. Een religieus expert is derhalve uitgesproken voorstander van gebed en het christelijk ascetisme leert in zekere zin slechts de kunst van gebed. Het religieuze orgaan bij uitstek is volgens Bulgakov de mogelijkheid tot gebed, zoals gevoel voor schoonheid hét ‘zintuig’ voor het ervaren van esthetiek is. En degene die religie wil onderzoeken, zal zich moeten afvragen hoe gebed mogelijk is.

De scepticus zal zeggen: “religieuze ervaring is het product van de menselijke geest”. Maar geldt dat niet evenzeer voor iedere andere zintuiglijke ervaring? Wie zegt de blauwe hemel te zien, neemt ook aan dat zijn zintuigen hem niet bedriegen. Zoals wetenschappelijke kennis getoetst kan worden, zo zijn er ook manieren om religieuze kennis te toetsen. En in dat geval is het mogelijk om onderscheid te maken tussen universele en minder universele religieuze kennis.