Bulgakov – Unfading Light (3) – Transcendent en immanent

Twee tegengestelde begrippen spelen een centrale rol in de Bulgakovs definitie van religie: transcendent en immanent. Het immanente is dat wat besloten ligt binnen de grenzen van het bewustzijn. Dat wat erbuiten ligt is het transcendente. Is deze werkelijkheid de enige? Bestaat er een werkelijkheid voorbij het kenbare? Het is onmogelijk deze vragen te beantwoorden door te verwijzen naar onze ervaringen in deze immanente werkelijkheid. De enige mogelijkheid is gebruik te maken van een religieus zintuig waarmee de transcendente werkelijkheid ervaren kan worden. Anders dan occultisme biedt religie geen methode om het transcendente te ervaren. Het transcendente breekt in op de wetten van het immanente.

Verder lezen Bulgakov – Unfading Light (3) – Transcendent en immanent

Bulgakov – Unfading Light (2) – Hoe is religie mogelijk?

Bulgakov begint Unfading Light met een reactie op Immanuel Kant. De vraag die Kant zichzelf stelt in de Kritik der reinen Vernunft luidt: “Hoe leidt wetenschap tot objectieve kennis, als dat überhaupt mogelijk is?” Het antwoord van Kant is de transcendentale methode. De transcendentale methode houdt in dat Kant probeerde vast te stellen welke voorwaarden en concepten nodig zijn voor onze kennis en ervaring. Kant stelde bijvoorbeeld dat ruimte en tijd a priori categorieën van ons denken zijn die de structuur van onze zintuiglijke waarneming bepalen.

In zijn Kritik der praktischen Vernunft en Kritik der Urteilskraft behandelt Kant de moraal respectievelijk het beoordelingsvermogen. In het boek met de titel De religie binnen de grenzen van het redelijke beschrijft Kant zijn visie op de plaats van religie[1]. Gebed, kerkgang, doop en communie zijn volgens Kant op zijn best niets meer dan moraal, en in het slechtste geval “fetisjistisch geloof” of “waangeloof”, pogingen van de kerk om het volk onder controle te houden.

Verder lezen Bulgakov – Unfading Light (2) – Hoe is religie mogelijk?